Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

Zes vragen over de ontwikkelingen van de Nederlandse economie

Achtergrond

Flinke economische groei, hogere inflatie, tekorten aan materiaal, lage werkloosheid, maar ook veel onzekerheid: op 20 december brachten we onze cijfers over de Nederlandse economie naar buiten. In zes vragen het verhaal achter die cijfers.

Gepubliceerd: 20 december 2021

ECB-gebouw in Frankfurt in de avond

1. Waarom is de economische groei in 2021 zo hoog?

De economische groei in 2021 komt naar verwachting uit op 4,5%. Dat is een flinke stijging ten opzichte van 2020. In 2020 was de economie juist gekrompen met maar liefst 3,8% door de coronapandemie en de maatregelen om de verspreiding van het virus te beperken.

Zoals we allemaal zelf ook hebben gemerkt, gaven we minder geld uit, omdat heel veel dingen niet mogelijk waren. En omdat we minder geld uitgaven, deed de economie het in 2020 slechter.

Vanaf dit voorjaar was de samenleving weer meer open. De grotere consumptie van huishoudens die daardoor ontstond, in combinatie met de extra uitgaven die de overheid deed, maakten dat de economie zo sterk groeide in 2021. Ook voor 2022 is het vooruitzicht dat de economie flink groeit, namelijk met 3,6%. De nieuwe lockdown zal die groei op korte termijn wel drukken. Met hoeveel de groei wordt gedrukt, dat is afhankelijk van de lengte en strengheid van de lockdown.

2. Hoe zeker is dat vooruitzicht?

Het blijft best onzeker. We weten namelijk niet hoe de coronapandemie zich verder zal ontwikkelen. We weten dus ook niet welke maatregelen er in de toekomst nog genomen moeten worden. In onze vooruitzichten voor de economie houden we dus ook rekening met slechtere scenario’s. 

Ook goed om te bedenken: dit zijn gemiddelde cijfers. Een gemiddelde laat niet goed zien dat er grote verschillen zijn tussen bedrijven, instellingen en huishoudens. Door de aanhoudende pandemie en de maatregelen worden sommige bedrijven, instellingen en huishoudens nog steeds zwaar geraakt, met onzekere en ongunstige economische vooruitzichten.

3. Hoe presteert Nederland in vergelijking met andere landen?

De Nederlandse economie doet het beter dan andere landen. In het derde kwartaal van 2021 lag de economische activiteit alweer 1,7% boven het niveau van vóór de pandemie. In verreweg de meeste landen om ons heen was de economische activiteit op dat moment nog onder het niveau van voor de corona-uitbraak.

Dat Nederland het beter doet, heeft een aantal redenen. Zo hebben wij veel minder last van de wereldwijde afname van toerisme als gevolg van de coronacrisis. Landen als Frankrijk en Spanje zijn veel meer afhankelijk van inkomsten uit toerisme.

Wat ook scheelt, is dat wij ons geld veel meer dan andere landen verdienen met zakelijke dienstverlening. En die loopt gemiddeld genomen al weer goed. Landen die meer op de industrie leunen, hebben veel meer dan wij te maken met de wereldwijde tekorten aan goederen.

Dat zit zo: Aan het begin van de coronacrisis is de productie van veel spullen grotendeels stil komen te liggen. Maar inmiddels is er weer volop behoefte aan die spullen. Het punt is alleen dat de productie van die spullen nog onvoldoende op gang is gekomen. Dus kampen veel bedrijven met tekorten. Neem de auto-industrie, daar zijn grote tekorten aan computerchips, waardoor er veel minder auto’s kunnen worden geproduceerd. En dat is te merken in landen waar veel auto’s vandaan komen, zoals Duitsland. Daar blijft de economie achter.

4. En de inflatie, waarom is die zo sterk gestegen?

Over heel 2021 verwachten we dat de inflatie op 2,7% uitkomt. De inflatie liep met name in de laatste maanden snel op, tot 3,7% in oktober en zelfs 5,9% in november. Dit komt vooral door de wereldwijde stijging van de energiekosten, in november met ruim 40%.

Naar verwachting is de inflatie aan het einde van 2021 op zijn piek. Dit komt onder andere doordat vanaf januari 2022 de energierekening van gezinnen omlaag gaat door de compensatieregeling van de overheid.

Toch verwachten we dat de inflatie komend jaar hoog blijft, namelijk 3,0%. De wereldwijde tekorten aan materialen zullen namelijk niet zo snel ingelopen zijn. We verwachten dit pas eind 2023. En zolang de vraag zoveel groter is dan het aanbod, zie je dat terug in hogere prijzen, en dus inflatie.

Meer weten over inflatie? Kijk dan op deze pagina of lees het interview met onze expert Marco Hoeberichts: “Hoge inflatie duurt langer dan we dachten”.

5. Waarom hebben zoveel bedrijven tekorten aan materialen?

Het economische herstel in 2021 verloopt veel sterker dan verwacht. Dit geldt niet alleen in Nederland, maar wereldwijd is de economische activiteit in korte tijd veel krachtiger aangetrokken dan voorzien. En hierdoor is de vraag naar producten ook razendsnel toegenomen.

Bedrijven die hun productie als gevolg van de corona-recessie hadden verlaagd, kregen opeens te maken met een flinke toename van de vraag naar die producten. Maar veel van die bedrijven kunnen op dit moment die grote vraag niet voldoende aan.

Hierdoor is er een ongebruikelijk grote onevenwichtigheid ontstaan tussen vraag en aanbod van goederen. Van veel goederen staat het aanbod onder druk door materiaaltekorten, gevoed door een gebrek aan grondstoffen, transportmiddelen, lage bedrijfsvoorraden en logistieke problemen in internationale havens. Dit vertaalt zich wereldwijd in aanzienlijk toegenomen levertijden van goederen.

6. Klopt het dat bedrijven moeite hebben om personeel te vinden?

Ja. Vóór de coronapandemie was er in Nederland al een tekort aan geschikt personeel. In 2020 liep dat tekort iets terug als gevolg van de pandemie, maar nu is de situatie op de arbeidsmarkt weer net als vóór de pandemie. Dat komt omdat de economie de afgelopen tijd weer flink is aangetrokken en er dus weer meer behoefte is aan producten en diensten. En daarvoor is personeel nodig.

Om een beeld te geven: in 2019 was de werkloosheid gemiddeld 3,4% van de beroepsbevolking. In augustus 2020 steeg die naar 4,6%, maar afgelopen november was de werkloosheid al weer gezakt tot 2,7%. In 2021 komt het werkloosheidspercentage uit op gemiddeld 3,3%. Dat is een heel laag percentage, vergeleken met andere landen en ook in de tijd.

En dat merken werkgevers. Zij zien het tekort aan personeel weer als het belangrijkste obstakel voor hun productie. Aan het begin van het vierde kwartaal ondervond 30% van de werkgevers een tekort aan arbeidskrachten als belemmering voor hun productie.

Wel zijn er verschillen van bedrijf tot bedrijf. Het aandeel ondernemers dat personeelstekorten ervaart, is met name hoog in de uitzendbranche (73%), bij schoonmaakbedrijven, hoveniers en beveiligers (circa 55-60%) en in IT-bedrijven (42%). In bijvoorbeeld de luchtvaart (0,3%) en bij reisorganisaties (7%) vormt personeelsschaarste niet of nauwelijks een belemmering.

Meer informatie

Geïnteresseerd in alle cijfers en onze aanbevelingen bij deze cijfers? Lees dan ons rapport Economische Ontwikkelingen en Vooruitzichten van december 2021 of bekijk ons persbericht bij het rapport.

Waarom De Nederlandsche Bank ramingen van de economie maakt 

Elk half jaar publiceren we onze ramingen en analyses in de Economische Ontwikkelingen en Vooruitzichten (EOV). Op basis van onze ramingen en analyses geven we adviezen over economische vraagstukken aan het kabinet en andere beleidsmakers. Met de publicatie van de EOV en onze studies geven we inzicht in de onderbouwing van onze adviezen.

Daarnaast gebruikt de Europese Centrale Bank (ECB) onze ramingen en die van andere centrale banken voor haar rapport over de economische vooruitzichten voor het eurogebied. Daarmee dragen onze ramingen bij aan de besluitvorming van de ECB over het monetaire beleid.

Ontdek gerelateerde artikelen